BOOKS
Querero en Alera.
De geschiedenis en de praktijk van het flagellantisme, uit betrouwbare gedrukte en ongedrukte stukken bijeengebracht door de doctoren Querero en Aléra. Geïllustreerd door 9 platen.
Amsterdam, Gebr Graauw / Moransard, zonder datum (1907/1908).
€ 195.00
Gebrocheerd (beschermd met verwijderbare cellofaanfolie), 267pp., 16x21.5cm., 9 buitentekst illustr. in z/w., in redelijke tot goede staat (omslag met gebruikssporen, frontcover met scheurtje, verder zeer goed).
In het Engelstalig werk "ABC of perversions" van Gert Hekma wordt deze haast onvindbare publicatie besproken en geanalyseerd. In zijn analyse duidt Gert Hekma De geschiedenis en de praktijk van het flagellantisme (circa 1907) als een werk dat zich slechts schijnbaar presenteert als een historisch-wetenschappelijke studie, maar in werkelijkheid functioneert als een vroeg voorbeeld van Nederlandstalige sadomasochistische fictie. De publicatie, toegeschreven aan Querero en Alera, wordt door Hekma geïnterpreteerd als een pseudonieme constructie, vermoedelijk afkomstig uit een Frans pornografisch circuit, waarbij het ontbreken van een aantoonbaar origineel werk de indruk versterkt dat het hier geen vertaling betreft maar een doelbewuste mystificatie. Binnen de Nederlandse context beschouwt Hekma dit boek als een van de oudste expliciete SM-romans. Volgens Hekma opent het werk met een pseudo-historische en pseudo-wetenschappelijke inleiding waarin flagellatie wordt gesitueerd binnen strafrechtelijke, medische en religieuze tradities. Deze inleiding fungeert echter vooral als legitimatie voor een expliciete koppeling tussen lichamelijke pijn en seksuele opwinding. Religieuze zelfkastijding wordt voorgesteld als een praktijk waarin onderdrukte lust niet wordt overwonnen maar juist wordt opgewekt, een paradox die door de auteur expliciet wordt benoemd. De tekst bevat daarnaast een seksuologisch getinte verklaring waarin de sensuele aantrekkingskracht van flagellatie wordt herleid tot vermeende neurologische verbanden tussen de lumbale regio, de anus en het genitale zenuwstelsel, theorieen die Hekma situeert binnen het speculatieve denken van de laat-negentiende-eeuwse seksuologie. Na deze inleidende beschouwing ontwikkelt het boek zich tot een episodische roman waarin twee aristocratische mannen hun gedeelde fascinatie voor geseling erkennen en een wereldreis ondernemen om extreme vormen van flagellatie te ervaren. Hekma benadrukt dat deze reisstructuur vooral dient om een reeks exotiserende en voyeuristische scènes te presenteren, waarin lichamelijk geweld, seksuele opwinding en machtsverhoudingen systematisch worden gecombineerd. De geografische settings maken gebruik van koloniale en orientalististische verbeelding, waarbij wreedheid en seksuele excessen consequent worden geprojecteerd op niet-Europese culturen. Hekma concludeert dat het werk nauwelijks literaire of psychologische diepgang vertoont en primair functioneert als een aaneenschakeling van prikkelende taferelen. Juist deze beperkte narratieve ambitie onderstreept volgens hem de historische betekenis van het boek als vroeg document van expliciete SM-pornografie in het Nederlands, waarin pseudo-wetenschap, erotiek en maatschappelijke controverse op karakteristieke wijze samenkomen.








